To D or not to D… dat is de vraag….
De klasse D versterker is één van de nieuwe trends in audioland. Maar wat vandaag in is, kan mogelijk morgen al weer uit zijn. Ik ken echter in audioland ook een paar historische principes die alle stormen lijken te weerstaan. Zo staan de platenspeler en de buizenversterker, na een aanvankelijke dip door nieuwe ontwikkelingen, weer fier overeind.
Solid state klasse A versterkers zullen mogelijk binnen afzienbare tijd ook aan de ‘shortlist’ van uitstervende apparatuur worden toegevoegd. Tenminste, als de politiek haar zin krijgt en dit type stroom slurpende versterkers op de zwarte lijst gaat zetten. Daarmee de fabrikanten gaat dwingen om met energiezuinige apparaten te komen die na twee minuten “idle” automatisch op stand-by springen, waarbij minder dan 1 watt vermogen wordt gebruikt. Wordt de klasse D versterker het groene alternatief?
Klasse A, de laatste der Mohicanen?
Dit is geen zelfbedacht horror scenario. Vorig jaar sprak ik Anthony Michaelson van Musical Fidelity er nog over, als sinds jaar en dag liefhebber van echte klasse A eindversterkers. Wie kent de roemruchte Musical Fidelity A1 niet meer?
‘Dit is mijn laatste echte klasse A versterker vertelde hij, wijzend op de reusachtige AMS100 versterker. Het leuke is dat MF sinds kort ook gebruik maakt van de schakelende techniek in de M1PWM. Hieronder op een foto te zien. Niemand lijkt er aan te ontkomen, dan kun je er beter op tijd bij zijn.
Als het de fabrikanten verboden wordt om nog klasse A solid state versterkers te maken zullen de liefhebbers van dit klankmatig mooie schakelprincipe gedwongen worden om zelf de handen uit de mouwen te steken… Wat natuurlijk geen onoverkomelijke is, wel?
Sinds een jaar of wat hoor je steeds vaker de term ‘klasse D’ en ‘digitaal’ wanneer het over versterkers gaat. Maar zijn Klasse D versterkers eigenlijk wel digitaal, of worden hier dingen een beetje door elkaar gehaald? Wat zijn de voordelen? Zijn er ook nadelen? Lees verder zou ik willen zeggen, ik heb de boel eens op een rijtje proberen te zetten.
Velen onder ons weten inmiddels wel waar Klasse D’ voor staat: veel uitgangsvermogen en een lage warmteontwikkeling in een prettig compacte behuizing. En wat te denken van een 5.1 of 7.1 versterker? Of de met extreem veel uitgangsvermogen uitgeruste versterkers in de auto? Voor een nog luidere bombombombombombom dan je buurjongen….En hoe krijg je volwaardige veelkanaals versterking in een nog hanteerbare kast zonder dat die loodzwaar is en loeiheet wordt tijdens gebruik? Biedt ook hier klasse D uitkomst?
Klasse A, Klasse A/B, Klasse C en Klasse D en daarna?

Wat betekenen al die klasse aanduidingen in de versterkertechniek eigenlijk en betekend die ‘D’ dat de versterker op de kwaliteit ladder slechts vierde in rang is? Of staat de D soms voor digitaal? Op beide vragen is het antwoord volmondig nee.
Klasse A betekent niks anders dan dat de transistors altijd in geleiding staan, er loopt ook tijdens stiltes, als er geen muziek klinkt, een hoge ruststroom. Zo veel dat je om 50 Watt uitgangsvermogen te krijgen, ook in rusttoestand, 50 Watt aan warmte, zeg maar hitte, in de uitgangstransistoren en aangeschroefde koelprofielen weg stookt. Iedereen weet, al is het meestal van horen zeggen, dat een klasse A versterker erg mooi kan klinken. Minder fijn is het lage rendement en de hitte die veel van de versterkercomponenten vergt. Om de versterker top te houden is regelmatig onderhoud een must, in het bijzonder aan de voedingelco’s.
Klasse B versterker
Klasse B is een stuk economischer in gebruik. De uitgangstrap maakt gebruik van een kleine ruststroom wat de versterker stukken koeler houdt. Het nadeel is de introductie van een type vervorming dat we liever niet zien: cross over-vervorming. Die ontstaat wanneer een transistor in geleiding komt. Dat gaat niet vloeiend, maar bij silicium transistoren schoksgewijs met trapjes van ongeveer 0,7 Volt. Precies halverwege de sinus, wat de nuldoorgang van het wisselspanningsignaal genoemd wordt raken we stukjes muzieksignaal kwijt. Dat kennen we nog uit het begintijdperk van de solid state versterkers, die hard, kil en vermoeiend klonken. Later werden er allerlei handigheidjes bedacht om deze cross over-vervorming te elimineren.
Klasse A/B versterker
Een tussenoplossing is klasse A/B. De uitgangstrap van de versterker staat voor een relatief klein vermogen in klasse A geschakeld, voor een paar Watt bijvoorbeeld, en gaat bij meer vermogensvraag over op klasse B. De werktemperatuur blijft zo nog aangenaam en het rendement stijgt met vele procenten in vergelijk met een klasse A versterker. Snelle veroudering van de componenten door extreme warmte ontwikkeling blijft binnen de perken. Je luistert hiermee het grootste deel van de tijd in klasse A. Het gemiddelde uitgangsvermogen is immers erg laag tijdens normaal (niet headbang) luisterniveau. Het klasse B gebied is er voor de headroom.
Klasse D versterker
Klasse C, E en F wordt in de radiozendtechniek toegepast. De volgende letter in het alfabet voor een audioversterker is dus de ‘D’ en zo worden versterkers die volgens het zogenaamde schakelende principe (ook wel switch-mode genoemdof PWM (van puls breedte modulatie) vermogensversterkers genoemd werken aangeduid. Door de minder handig gekozen letter ‘D’ en het bestaan van digitale versterkers (onder meer van NAD, TacT en Lyngdorf Audio) denkt men vaak dat de ‘D’ voor digitaal staat. Een klasse D versterker is echter niets meer dan een schakelende analoge versterker.
Beter zou het zijn geweest om een klasse G in leven te hebben geroepen bij het schakelende versterkerprincipe. Zowel in onze taal als in het buitenland luid en duidelijk: Groen, Green, Grun. Hoe gemakkelijk kan het soms zijn om niet moeilijk te doen…
Ook in de high end audio heeft de schakelende versterker zijn opgang gemaakt. Onder andere Mark Levinson maakt ze, Audio Research houdt er zich mee bezig. En wat te denken van de sensationeel onthaalde Franse Davialet? Een machtig mooi stuk techniek. Niet alleen qua design.
Pagina's: 1 2










Dit soort spul gaat het niet worden.
Ja, misschien bij mijn tante Mien die half doof is, maar hier komen ze er niet in.
We hebben het over een zo natuurgetrouw mogelijke geluidsreproductie, en dan gaan we het signaal in stukken hakken, moduleren op een golf van 400kHz, demoduleren en filteren. De schakelende voeding onder de versterkers is het.
Over de politiek;
Men stimuleert de aanschaf van hybride auto’s, want rijden op elektriciteit dat is volgens hen toch zó schoon en minimaal belastend voor het milieu!
Ze snappen het gewoon niet.
Wie gaat nu een fosiele brandstof verbranden, met de vrijgekomen energie beweging genereren en dát omzetten in elektriciteit?
Dat moet je transporteren, op en neer transformeren etc… Alleen maar verliezen dus.
Dan komt het bij je thuis aan en dan moet je de accu in je auto opladen.
Warmte van de lader, accu’s die warm worden en een laag rendement hebben.
Dan ga je rijden en trek je dus stroom uit je accu’s en die worden opnieuw warm, dan de verliezen in de kabels naar de elektromotor, de warmte van de elektromotor zelf…
Je kunt beter de fosiele brandstof direct in je auto verbranden en dat omzetten naar beweging zodat je direct de auto kan aandrijven! Veel zuiniger.
Alleen is dat voor een gemiddeld politicus te moeilijk.
Mag ik mijn buizen warm blijven stoken?
Dus geen CD of streaming audio in ‘Huize Rene’ dan?
Quote:
“Beter zou het zijn geweest om een klasse G in leven te hebben geroepen bij het schakelende versterkerprincipe. Zowel in onze taal als in het buitenland luid en duidelijk: Groen, Green, Grun. Hoe gemakkelijk kan het soms zijn om niet moeilijk te doen…”
Ik wil er even op attenderen dat Klasse G al bestaat zie “Audio Power Amplifier Design Handbook, 5th Edition van Douglas Self. Klasse G is een dual rail concept.
Leonard
Hadden ze dat dus klasse DR moeten noemen…:-)
Ik heb wel eens van Kharma de klasse “D”eindversterkers MP 150 gehoord , met de buizenvoortrap van Audio note M3 line voortrap, en dit klonk erg mooi en zeer muzikaal.
Dus je kan niet elke klasse D versterker afdoen als slecht of niet muzikaal.
Eric
.
Ik ben als bassist op zoek naar strak, warm, vol, dynamisch en met reserves. Jarenlang met buizen gespeeld voor de warmte, maar miste de directe punch. Nu een D-klasse met buizen in de voortrap. Das voor mij de oplossing. Nog steeds te dragen elke week, betrouwbaar strak en eigenlijk alleen maar voordelen. Het geluid? Overdonderend strak helder, warm etc…bottom, crystal etc en gewoon op 4 zodat er nog iets over blijft.
In een laboratorium zal er ongetwijfeld van alles mis zijn met mijn set, maar ik krijg alleen maar complimenten en vragen waar ik mee speel.
Ik hoor de discussie over het perfect ontwerp nu al jaren, maar ik ben van mening dat een purist anders luisterd, zijn gegevens uitleest en deze wetenschappelijk in een ander daglicht ziet dan een muzikant die gewoon iets betrouwbaars wil met ballen en daar ook echt van kan genieten.
Klasse A met draaitafel én CD nog wel gewoon in mijn huiskamer…
Dank voor dit fijne artikel. Zeer leerzaam.
Heb medio 2012 de Primare I22 met interne DAC aangeschaft. Ook een zogenaamde D. Hier is ook gefilterd en op deze vorm van filtering heeft de fabrikant een patent. Ik heb vele tot zeer vele versterkers beluisterd en vond dit toch de beste muzikale keus. Hij stuurt mijn Aurum Cantus luidspreker zeer goed aan. Prettige bijkomstigheid is dat hij belachelijk weinig stroom verbruikt en echt niet warm wordt.
Ik hoor wel eens dat klasse D-versterkers worden vergeleken met buizenversterkers. Enig idee waarom dit wordt gezegd?
Rob
Ik heb jarenlang met de klasse D versterkers van CI-Audio gedraaid, heel er goed zijn ze.
Ik had hele kritiche Von Schweikert vr5 speakers. Die klonken het mooiste op de Hybride KR Kronzilla eindbakken van 12.000 euro per stuk, maar als betaalbaar alternatief heb ik meerdere eindversterks geprobeerd. De KR VT20 (klasse A 50 watt) een Marsh A400 met 200 watt (wat een bakbeest) en een
Musical Fidelity met 200 watt en een Bryston 300 watt eindbak. De klasse D won het overtuigend tegen een prijs minder dan de helft van de anderen. Het laag was zoveel beter gecontroleerd en muzikaler. Hoog en mid was niet beter maar wel net zo rijk van klank en had meet lucht. Het schijnt moeilijk te zijn om goede klasse D te maken maar als dat lukt heeft het heel veel voordelen. Ik weet zeker dat dit de toekomst heeft.
De NAD Master serie wordt toch goed aanbevolen, de M2/M3… Volledig digitaal.
Geachte meneer Van der Merwe,
Beste Triode Dick,
U hebt een fout gemaakt, dat kan de beste overkomen. U schrijft:
“Klasse A betekent niks anders dan dat de transistors altijd in geleiding staan, er loopt ook tijdens stiltes, als er geen muziek klinkt, een hoge ruststroom. Zo veel dat je om 50 Watt uitgangsvermogen te krijgen, ook in rusttoestand, 50 Watt aan warmte, zeg maar hitte, in de uitgangstransistoren en aangeschroefde koelprofielen weg stookt. ”
U weet dat dat niet zo is, weet ik. Klasse A heeft maximaal 50% rendement, dus een 50 Watt versterker dissipiëert in rust 100 Watt. In de Wikipedia lees ik dat bij directe koppeling (zonder trafo) max. 25% rendement mogelijk is. ” A theoretical maximum of 50% is obtainable with inductive output coupling and only 25% with capacitive coupling”. Dat zal de buis zijn uit uw buizenverhaal.
Met vriendelijke groet,
Leo
P.S. Ik zou graag zien dat in tests het energiegebruik opgegeven wordt. De meeste bladen en websites doen daar niet aan, of in beperkte mate. Volgens mij wordt het ook vaak verkeerd opgegeven in de specificaties van de fabrikant, en regelmatig klakkeloos in een test overgenomen, omdat het niet getest wordt.