Deze recensie gaat, zoals de titel al doet vermoeden, over het laatste album Standing at the sky’s edge van Richard Hawley. Vaak lees ik recensies, waarbij mij het gevoel bekruipt dat de recensist de uitvoerenden al jarenlang volgt en nog net niet bij elkaar op verjaardag komen. Ik had voordat ik deze CD van Richard Hawley heb beluisterd, nog nooit van de beste man gehoord. Dus ik kon het volledig onbevangen tot mij laten komen. Maar ook zonder voorkennis is er voldoende aanleiding om Standing at the sky’s edge voor het voetlicht te brengen.
Frank Sinatra
Nader onderzoek leert mij dat dit alweer het 6e solo album is van de in Sheffield geboren musicus. Tot mijn grote verbazing las ik op het alom geprezen Wikipedia dat zijn zang vaak wordt vergeleken met Frank Sinatra. Als deze vaststelling u nu doet besluiten uw jas aan te trekken en naar de platenzaak te rennen, dan zal deze plaat u in dit opzicht mogelijk teleurstellen. De geest van Frank Sinatra is op dit album in geen velden of wegen te bekennen. Wel heeft Hawley een mooie warme zangstem en deze is volop te genieten. Hij laat zich op dit album echter regelmatig omsluiten door stevige arrangementen, veelvuldig geëscorteerd door forse nagalm.
Het album doet erg Engels aan en er is heel veel ruimte voor gitaren, niet zelden erg stevig. Maar het klinkt allemaal wel erg lekker. Nadat het eerste nummer She brings the sunlight uit mijn speakers knalt ben ik één en al aandacht. Maar liefst meer dan 7 minuten sleept de opener zich voort. De inleiding voor een plaat waar nagenoeg alle songs meer dan 5 minuten duren. Als liefhebber van mooie melodieën, wordt ik door Hawley op mijn wenken bedient.
Mooie volle akkoorden en veel mooie refreinen, die mij soms aan het oudere Pink Floyd doen denken. Het is ook soms allemaal wat dromerig, misschien zelfs zweverig. De titelsong weet evenals de opening zonder moeite de aandacht vast te houden. Dit is muziek wat het op Pinkpop goed zou doen. Misschien een tip voor Smeets voor 2013. Maar het schijnt dat Hawley zich bijna nooit buiten het Britse eiland zich laat zien.
Mooie songs met kop en staart
Time will bring you winter en Down in the woods zijn wederom stevig, maar Hawley weet wel waar het om gaat in muziek. Geen gezever, maar gewoon mooie songs met kop en staart. De muziek is pakkend en meeslepend.
Het album is te verdelen in 2 delen. De eerste 4 songs zijn (nogal) stevig. Vanaf het 5e nummer gaat Hawley over in een rustiger vaarwater. Seek it heeft een heerlijke laid-back beat. Don’t stare at the sun is een dromerige ballad, evenals The Wood Collier’s Grave. Nog één keer haalt hij zijn band uit de kantine in het steverige Leave your body behind you, om vervolgens af te sluiten met de ballad Before, die halverwege tot een stevig climax komt.
Een album is voor mij pas goed als je na het beluisteren de neiging hebt om hem gelijk weer op te zetten. Dit album heeft absoluut deze potentie. Richard Hawley verdient een breed publiek met dit album. Nu trek ik mijn jas aan, op zoek naar zijn eerdere werk.








